Nu ik iets meer dan twee weken lid ben van golfclub Gaasterland, kom ik tot de conclusie dat mijn doelstelling scherp gesteld is, als ik het zo mag zeggen. Ik heb nu een aantal malen de baan gelopen en dat gedaan met vooral zeer verschillend resultaat. De ene keer gaan mijn afslagen super en is mijn korte spel niet best. De andere dag sla ik de afslagen als zeperds, maar kan ik aantal slagen per hole toch nog redelijk houden met mooie chips en goede putts.

Golfles op Golfclub Gaasterland met Rob Oosting.

[clear]
mijn golfleraar bij Golfclub Gaasterland - top pro in spe
Afgelopen donderdag mijn eerste les gehad met Rob. Ik heb bewust voor deze jonge professional gekozen. Mooi om te lezen wat zijn doelstellingen zijn en om dit van dichtbij mee te mogen maken. Jong en enthousiast, net zoals ik me nog voel. Daarom heb ik er voor gekozen om Rob te benaderen en hem te vragen of hij mij wilde begeleiden in mijn stappen.

Na een rondje samen te hebben gelopen, gaf Rob aan, dat hij het wel zag zitten, met daarbij de kanttekening dat er veel werk aan de winkel was. Logisch natuurlijk. Het zal niet in een dag gebeurt zijn.

De dag erna meteen mijn eerste half uur les gehad en veel geleerd over de chip en het verschil met de pitch. Het resultaat is al meteen merkbaar. Zoals hierboven al beschreven heeft mijn chiptechniek al een paar holes weten te redden.

Hieronder wat korte punten, voor zover ik het begrepen heb,  die belangrijk zijn bij een goede chip. Een slag die gebruikt kan worden voor slagen tot wel 30 meter rondom de green. Hij kan dus eigenlijk met elke club toegepast worden.

-geen polsknik in de slagbeweging  (ezelsbruggetje= P van pols is ook P van pitch)

-de achterzwaai is net zolang als de voorzwaai

– je maakt een pendule beweging net zoals bij het putten

-de bal ligt een beetje achter het midden in je ‘stands’

een goede chip slag behoud een net biertje-al naar gelang de afstand meedraaien met de heupen en zodoende de broekriemgesp richting doel krijgen

– de grote van je zwaai moet je gaan ‘voelen’ door te oefenen, te oefenen en nog eens te oefenen.

– bij het einde van de swing kan er een biertje geplaatst worden op je clubhoofd, omdat dit zo horizontaal eindigt het.

Als je de bal wat hoger wilt spelen en wat minder door wilt laten rollen, dan maak je je stands iets meer open, wat betekent dat je linkervoet (voor een rechtshandige speler) iets meer schuin naar achteren staat. Je clubhoofd staat dan ook iets meer open en je mikt iets links van je doel.

Verder kom ik er achter dat het heel belangrijk is om goed kennis te hebben van de regels als je ‘kaart wilt gaan lopen’. Iets wat zal moeten als ik toegelaten wil worden tot wedstrijden.  Ik ben dus volop aan het oefenen en consequent met kaart aan het invullen volgens het stableford principe. Ook de berekening van je handicap is handig om te weten en dat is weer een gevolg van het systeem rondom het exact handicap en het playing handicap. Heel wat stof dus tot nalezen. Ik heb geprobeerd het zo simpel mogelijk uit te leggen op deze site. Klik maar op de links voor de uitleg.